Ze waren maar kort raadslid, en toch was hun komst historisch: de eerste vrouwelijke gemeenteraadsleden in Hilversum. In 1919 werden twee vrouwen gekozen: Cornelia Delfos-Van der Linde en Kaatje Wagenfeld-Meijer. Ze kwamen vooral op voor de arbeidersklasse en voor vrouwen.
‘Door deze verkiezing doet ook de vrouw haar intrede in de Hilversumsche vroedschap, de kapitalistische vrouw en de proletarische’, meldde de Gooi- en Eemlander na de gemeenteraadsverkiezingen van mei 1919.[i] Het was de eerste keer dat vrouwen gekozen konden worden, dankzij de invoering van het passief kiesrecht twee jaar eerder. Op dat moment konden alleen mannen nog stemmen, het algemeen kiesrecht zou vanaf september 1919 gelden.
Zes zetels
Vier vrouwen hadden zich verkiesbaar gesteld namens vier verschillende partijen: drie liberale partijen en één socialistische partij[ii]. De 45-jarige Cornelia (Corrie) van der Linde en 34-jarige Kaatje Meijer werden uiteindelijk gekozen. De eerste namens de Economische Bond (een voorloper van de VVD), de tweede namens de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), de voorloper van de Partij van de Arbeid.
Van de vier vrouwen kwam Kaatje als enige uit een arbeidersfamilie. Ze stond als vierde op de SDAP-kieslijst en door het grote succes van de partij haalde ze met veertig stemmen een zetel. De partij werd de op een na grootste van Hilversum en kreeg zes van de 23 zetels.
De Economische Bond haalde niet eens een derde van het aantal stemmen van de SDAP, en kon op twee zetels rekenen. Dat was genoeg voor Corrie om in de raad te komen, die op de kieslijst op plek twee stond en dertig stemmen kreeg [iii]. Het besluit van haar collega-raadslid Hingst om zichzelf lager op de lijst te zetten om een vrouw een kans te geven, was daarvoor bepalend geweest.
Historisch
De belangstelling voor de eerste raadsvergadering na de historische verkiezing van 1919 was groot. Het was een snikhete dag en tientallen mensen stonden voor het oude raadhuis op de Kerkbrink te wachten om een plaats op de tribune te bemachtigen. Kaatje had een ‘bloemenhulde’ voor haar op tafel, gekregen van haar collega’s.
Lees het volledige artikel in het Hilversums Historisch Tijdschrift 2026-3.
[i] De Gooi- en Eemlander (DGE), 23 mei 1919.
[ii] De Vrijzinnige Democratische Bond en de Unie-Liberalen hadden respectievelijk Hendrika Catharina van Ravesteijn-Koster en Cornelia A.H. de Veer-Schuijlenburg op de kieslijst gezet, die niet genoeg stemmen kregen. De man van Ravesteijn-Koster werd wel gekozen.
[iii] DGE, aw.